Schriftelijke vragen n.a.v. Landbouwbrief 26 Juni

Gemeentebelangen-VVD heeft in samenwerking met derden, waaronder de andere afdelingen van de VVD NOT, vragen opgesteld voor het college. We zijn hier nauwkeurig te werk gegaan, omdat we zeker wilden stelden dat deze vragen een zo groot mogelijke toegevoegde waarde kennen en dat de provincie Overijssel deze vragen concreet kan behandelen.

De brief is inmiddels ingediend:

9 augustus 2026

Onderwerp: vragen aan college n.a.v. Landbouwbrief van minister van Essen d.d. 26 juni 2026

Geacht college,

Net voor het reces ontvingen wij een brief van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, Jaimi van Essen, betreffende het maatregelenpakket voor landbouw, natuur en stikstof. Met deze maatregelen is het de bedoeling dat Nederland weer in beweging komt en van het stikstofslot gaat. Net voor het reces geeft de brief wellicht een eerste duiding maar toch vooral veel onduidelijkheid en daarmee onrust. Zo ontbreken normen voor onder andere pluimvee, varkens, geiten en kalveren. Ook de normen voor boeren in de beoogde zones zijn nog niet bekend. De zo dringend gewenste duidelijkheid ontbreekt waardoor de onzekerheid eerder toeneemt dan minder wordt.

De brief maakt wel duidelijk dat de maatregelen een enorme impact zullen hebben op onze gemeenten. Dat geldt vooral voor onze boeren, maar ook andere ondernemers (denk bijvoorbeeld aan loonwerkers, veeartsen en voerleveranciers) zullen hard geraakt worden. Immers elk agrarisch bedrijf vertegenwoordigt circa 10 aanverwante arbeidsplaatsen. Eerste berekeningen, met de beperkte normen die nu bekend zijn, laten zien dat het effect op elke veehouder, intensief of biologisch, erg fors is. Het mogelijk noodgedwongen stoppen of fors inkrimpen van deze ondernemers zal ook een groot effect hebben op de leefbaarheid in de dorpen en in het buitengebied van onze mooie gemeente. De lokale economie, het beheer van ons mooie landelijk gebied maar ook ons rijke verenigingsleven komt onder druk komt te staan.

De afgelopen weken hebben ruimte geboden om diverse gesprekken te voeren: maar feit blijft dat de brief bij ons en bij veel agrarische ondernemers en inwoners heel veel vragen oproept.

Wij hebben daarom de volgende vragen aan het college:

  • In de brief wordt niets genoemd over de sociaal economische gevolgen, terwijl daar in de Europese Habitatrichtlijn wel degelijk rekening mee gehouden wordt. Ook in de strategische visie van de Provincie Overijssel voor de toekomst van het landelijk gebied komt dit als één van de drie doelen aan de orde (sociaaleconomisch perspectief, toekomstbestendige landbouw, natuur en water).
    Kan het college aangeven of er überhaupt onderzoek is gedaan naar de sociaal economische gevolgen in en voor ons gebied?
  • Het gebied Springendal/Dal van de Mosbeek wordt extreem hard geraakt, omdat dit een van de twee beoogde 1000m zone-gebieden van onze provincie zal worden. In dit gebied is reeds jarenlang een gebiedsproces gaande.
    Kan het college aangeven of hetgeen hier reeds gerealiseerd is met de in het verleden gestelde doelen en resultaten is meegenomen in de plannen? Oftewel: kan het college aangeven of onze boeren daar niet twee keer worden geraakt?
    Kan het college ook aangeven om hoeveel bedrijven het gaat in dit gebied en betreft het dan alleen agrarische bedrijven, of ook bedrijven die hieraan gelieerd zijn?
  • Een veel gehoorde reactie is het verschil in normen en maatregelen aan de andere kant van de grens. Stikstofneerslag houdt immers niet op bij de grens, terwijl aan de Duitse zijde van onze gemeente momenteel diverse grote stallen in aanbouw zijn.
    Hoe kijkt het college aan tegen de verschillen in aanpak en normen aan de Duitse grens?
  • Het rapport van onderzoeker Wouter de Heij geeft aan dat de zones terug kunnen naar 250m en dat graslanden een aanzienlijk deel van de uitgestoten ammoniak opvangen.
    Onderschrijft het college deze conclusies en wil zij hierover met de provincie en/of het Rijk in gesprek?
  • Wij maken ons zorgen over de economische impact van de brief en de gevolgen van de aangekondigde maatregelen voor de vitaliteit van Noordoost Twente, waaronder de  werkgelegenheid en de leefbaarheid van het buitengebied.
    Heeft het college hierover contact met brancheorganisaties, vertegenwoordigers van ondernemers en andere partijen en is zij bereid die impact in beeld te brengen?
  • Deelt het college de mening dat vrijkomende gronden van boeren die stoppen en worden uitgekocht naast natuur zoveel mogelijk moeten worden ingezet om andere boeren te helpen in het opvangen van hun veranderopgave?
  • Deelt het college de mening dat natuurvergunningen van boeren die stoppen zoveel mogelijk moeten worden ingezet om zogenaamde PAS-melders van een vergunning te voorzien?
  • In de brief van de minister wordt gesteld dat de provincie een eigen gebiedsplan op kan stellen mits dit past in de doelen zoals het kabinet die heeft gesteld. Daarbij kan ook sprake zijn van andere zonering en maatregelen.
    Deelt het college de mening dat het wenselijk is om voor Noordoost-Twente een gebiedsplan op te stellen vanuit de provincie, zoals dit ook al in gang is gezet, rekening houdend met de kenmerken van onze omgeving en passend binnen de doelen van het kabinet?
  • Is het college bereid om het initiatief te nemen om op basis van bovenstaande punten bij de provincie het gesprek aan te gaan over een gebiedsplan als sleutel voor ons gebied, waar mogelijk samen met de andere gemeenten in Noordoost-Twente en in het verlengde van de ROS?
  • Kan het college de gemeenteraad informeren over de voortgang van deze gesprekken met de provincie?

Martin Groothuis, Gemeentebelangen/VVD

Ursula Bekhuis-Groothuis, Gemeentebelangen/VVD